Nieuwe OZB: Schokkende toename onrustige eigenaren!
Nieuwe onroerendgoedbelastingaangiften gepubliceerd in het district Altötting: eigenaren moeten vanaf 2025 aanpassingen verwachten. Ontdek het nu!

Nieuwe OZB: Schokkende toename onrustige eigenaren!
Onlangs zijn er nieuwe mededelingen over de onroerende voorheffing gepubliceerd die veel discussie veroorzaken onder onroerend goed en vastgoedeigenaren. Zoals de PNP meldde dat veel eigenaren reikhalzend uitkeken naar de meldingen die nu duidelijkheid zouden bieden over hun toekomstige betalingen. Maar de resultaten zijn gemengd: terwijl sommigen minder mogen betalen, moeten anderen aanzienlijke verhogingen verwachten. Een bijzonder drastisch voorbeeld is het geval van Christian Schuhbeck, die een dertienvoudige verhoging van de kennisgeving voor zijn eigendom in Kirchweidach ontving en zich al met een petitie tot het deelstaatparlement heeft gewend. Maar hij verwees het onderwerp naar de gemeente, die verantwoordelijk is voor het vaststellen van de aanslagtarieven.
De nieuwe berekening van de onroerendgoedbelasting is gebaseerd op een uitgebreid hervormingsproces, dat noodzakelijk werd na een uitspraak van het Federale Constitutionele Hof in 2018. Zo was de deadline voor het indienen van de onroerendgoedbelastingaangifte oorspronkelijk 31 januari 2023, maar werd deze voor Beieren verlengd tot 30 april 2023. Deze mededelingen zijn van toepassing op het ‘federale model’ van de onroerendgoedbelasting, terwijl sommige deelstaten ook hun eigen regelgeving hebben geïmplementeerd. Belangrijk is dat de eerste twee aanslagen, het OZB-waardebericht en het OZB-meetbriefje, beide afkomstig zijn van de Belastingdienst en geen verzoek tot betaling bevatten. De definitieve aanslag OZB, waarin het te betalen bedrag wordt bepaald, wordt afgegeven door de gemeente en is geldig vanaf 2025.
De berekening in detail
Er zijn verschillende stappen betrokken bij het berekenen van de onroerende voorheffing. Eerst wordt de OZB-waarde bepaald op basis van factoren zoals de normwaarde van de grond, de nettohuur of de oppervlakte en het type onroerend goed. Vervolgens wordt het belastingtarief toegepast, dat voor woningen werd verlaagd tot 0,031%. In de laatste stap bepalen de gemeenten het aanslagtarief, dat van invloed is op de belastinghoogte. Deze nieuwe berekeningen zullen vanaf 1 januari 2025 werkelijkheid worden en hebben niet alleen gevolgen voor woningen, maar ook voor braakliggende gronden, waarvoor een hoger aanslagpercentage zal worden ingevoerd om speculatie tegen te gaan.
Het recht om in beroep te gaan is vooral belangrijk voor eigenaren. Tegen de OZB-waardeaanslag en het aanslagbiljet OZB kunt u binnen vier weken bezwaar maken. Het is van belang ervoor te zorgen dat fouten in de eerste twee aanslagen niet kunnen worden hersteld door bezwaar te maken tegen de definitieve OZB-aanslag. Het ministerie van Financiën stelt dat beroep gratis is; als het wordt afgewezen, kan er een rechtszaak worden aangespannen bij de Belastingrechtbank. Veel verenigingen van huiseigenaren plannen al modelrechtszaken om het federale onroerendgoedbelastingmodel aan te vechten, vooral omdat er twijfels bestaan over de grondwettigheid van de regelgeving.
Wat betekent dit voor de toekomst?
Ook voor de gemeentelijke financiering heeft de hervorming van de OZB een verstrekkende betekenis. Jaarlijks stroomt ruim 15 miljard euro naar steden en gemeenten die nodig zijn voor scholen, kleuterscholen, zwembaden en andere infrastructuurprojecten. Het nieuwe systeem zou uiterlijk 31 december 2019 moeten zijn ingevoerd, maar veel oude waarden blijven geldig tot eind 2024. De volgende hoofdaanslag van de OZB-waarden staat al gepland voor 1 januari 2029.
Toekomstige wijzigingen aan de woning moeten vóór 31 januari van het daaropvolgende jaar worden gemeld. Eigenaars doen er daarom goed aan uitgebreide informatie over hun beslissingen in te winnen en, indien nodig, bezwaar aan te tekenen om drastische financiële lasten te voorkomen. De Verhuurder1x1 blijkt dat deze bezwaren schriftelijk of elektronisch kunnen worden ingediend en dat bij de beoordeling van de besluiten met tal van zaken rekening moet worden gehouden. Onderstreept tenslotte het federale ministerie van Financiën dat de hervorming aansluit bij de nieuwe wettelijke vereisten en dat de belastinginning door de gemeenten essentieel is voor de lokale financiële stabiliteit.