Hoger minimumloon: dure groente- en fruitteelt in gevaar!
De stijgende minimumlonen in Duitsland tot 2027 zullen een aanzienlijke impact hebben op de groenten- en fruitteelt in Rijnland-Palts.

Hoger minimumloon: dure groente- en fruitteelt in gevaar!
De verhoging van het wettelijke minimumloon in Duitsland zorgt voor veel discussie in de landbouw. Vanaf januari 2026 gaat het minimumloon omhoog van 12,82 euro naar 13,90 euro per uur, en het jaar daarop naar 14,60 euro. dagelijks nieuws gemeld. Dit betekent ook dat buitenlandse seizoensarbeiders die verantwoordelijk zijn voor de oogst van groenten en fruit zullen profiteren van deze hogere lonen. Deze ontwikkeling heeft tot bezorgdheid geleid onder boeren, die vrezen dat hogere lonen de binnenlandse producten duurder en minder aantrekkelijk om te verbouwen zouden kunnen maken.
Vooral in Zuidwest-Duitsland, waar de groente- en fruitteelt floreert, vrezen veel bedrijven dat ze zouden kunnen overstappen op goedkopere goederen uit het buitenland als de prijsinnovatie wordt doorgegeven aan de klanten. Sinds de invoering van het minimumloon in 2015 heeft een derde van de aspergebedrijven en een kwart van de aardbeientelers moeten sluiten. Landbouweconoom Hildegard Garming gelooft echter dat niet alle groenten- en fruitproductie zal afnemen. In plaats daarvan zullen er veranderingen plaatsvinden in de operationele structuren.
Structuren in transitie
Boeren denken erover om over te schakelen op gewassen die minder arbeidsintensief zijn om hun productie efficiënter en kosteneffectiever te maken. Benjamin Luig van de Construction-Agriculture-Environment Industrial Union ziet kansen in het vaststellen van hoge lonen als de productie goed georganiseerd is. Soortgelijke positieve ontwikkelingen waren er in Nederland, waar de aardbeienoogst ondanks hogere minimumlonen verdrievoudigde.
Een ander aspect is de toename van beschermde teelt, zoals in kassen of polytunnels, waardoor de opbrengsten zouden kunnen stijgen. In deze context verwacht Simon Schumacher van de Vereniging van Zuid-Duitse Asperge- en Aardbeientelers volgend jaar de eerste inzet van robots voor het oogsten van asperges, wat het proces verder zou kunnen optimaliseren.
Eisen en uitdagingen
De uitdagingen blijven echter niet onbeantwoord. Minister van Landbouw Rainer onderzoekt de vrijstellingen voor seizoenarbeiders kritisch. De boerenvereniging eist bijvoorbeeld dat seizoenarbeiders slechts 80% van het minimumloon mogen ontvangen, maar dit wordt zowel door de SPD als door de vakbonden verworpen. Deze benadrukken dat seizoenarbeiders geen ‘tweederangswerknemers’ mogen zijn.
Boer Jörg Umberg, die momenteel 120 seizoensarbeiders in dienst heeft, rapporteert een werklast van wel tien uur per dag en maakt duidelijk dat 40-60% van de bedrijfskosten al door de lonen wordt veroorzaakt. Daarin kijken we naar het loonlandschap in andere Europese landen: het minimumloon in Frankrijk bedraagt 11,88 euro, in Spanje 8,37 euro en in Polen slechts 7,08 euro. Gezien deze verschillen is het duidelijk dat de concurrentiedruk op de Duitse boeren blijft toenemen.
Umberg heeft al maatregelen genomen om op de hogere lonen te reageren: hij bracht het areaal voor aardbeien terug van 40 naar 20 hectare en vertrouwt steeds meer op direct marketing, waarbij klanten zelf kunnen plukken. Ondanks de komende loonsverhogingen is hij van plan minder werknemers in dienst te nemen, wat aanzienlijke uitdagingen voor de hele sector met zich meebrengt.